Nl/Vliegen met de helicopter

From FlightGear wiki
Jump to: navigation, search

Voorbeschouwing

In principe is alles wat op echte helicopters van toepassing is, ook van toepassing op FlightGear. Basis manoeuvres zijn beschreven op: http://www.cybercom.net/~copters/pilot/maneuvers.html Sommige details zijn vereenvoudigd in FlightGear, met name het omgaan met de motor en het overschrijden van de grenzen van een heli zijn niet gesimuleerd of zonder ernstige gevolgen. Op dit moment is het in FlightGear niet mogelijk een helicopter tijdens de vlucht te beschadigen.

Bo105 cockpit.jpg

Sinds het uitkomen van versie 0.9.10 van FlightGear, zijn er belangrijke verbeteringen aan het vluchtgedrag van de helicopter gemaakt. Daarom is het belangrijk versie 1.0.0 of een latere te gebruiken. Door deze verbeteringen is het vluchtgedrag van een FlightGear helicopter behoorlijk realistisch. Een opvallende uitzondering zijn de “vortex ring conditions”. Deze effecten verschijnen wanneer een helicopter zeer snel en vooral loodrecht naar beneden daalt en daardoor in de wervelende wind, veroorzaakt door zijn eigen rotor, terechtkomt. Het dragende vermogen van de rotor kan daardoor ernstig teruglopen en het toestel kan naar beneden vallen. Het toestel redden uit zo'n benarde situatie kan alleen op grotere hoogtes. Op het Internet circuleert een video van een Seaking helicopter die tijdens een demonstratie in zo'n situatie terecht kwam en zich niet meer kon herstellen. Het toestel werd tijdens de landing volledig vernield.

De parameters van een FlightGear helicopter zijn niet optimaal; het gedrag van het model en een echte helicopter kunnen daarom afwijken. Voor besturing wordt een 'goede' joystick aanbevolen. Een joystick zonder veren, die dus niet uit zichzelf weer in het midden gaat staan, heeft de voorkeur. Je zou daarvoor de veren in joystick kunnen verwijderen. Of je gebruikt een 'force feedback' joystick waar je de spanning afhaalt. Verder moet je met de joystick kunnen 'gas geven'. Om de staartrotor te bedienen zijn pedalen nodig, of een joystick die draaibaar is. Een helicopter vliegen met het toetsenbord is erg moeilijk. (Tip: In FlightGear kun je meerdere joystick tegelijk gebruiken.) Gebruik je een muis, dan is het verstandig de 'Auto-coordination' in de FlightGear Wizard uit te zetten.

Beginnen

Het aantal helicopters in FlightGear neemt snel toe. Naar mijn mening is de Bo105 het makkelijkste om te vliegen; hij reageert directer als andere helicopters.Nu helicopters in FlightGear aan populariteit winnen, worden er steeds meer bijgemaakt. Elk met zijn eigen gedrag en kenmerken.

Zodra FlightGear gestart is, is het verstandig om de joystick wat rond te bewegen om hem te calibreren met het toestel. Met name de 'collective', waarvoor de throttle, de gas-knop voor gebruikt wordt, wil nog wel eens op maximaal staan.

S76c landed.jpg

De helicopter wordt bediend met vier functies. De stick (joystick) neemt er twee voor zijn rekening, de hoek die het rotorvlak maakt (en dus de helicopter) naar links en rechts en naar voren en naar achteren. In het Engels heet dit 'cyclic' blade controle en is van invloed op het hele rotorvlak. (Met de joystick, de Cyclic in een helicopter, kun je een rondgaande, een cyclische beweging maken.) Daarnaast is er de 'collective' blade control. Daarmee verstel je collectief de hoek die de bladen maken in de lucht, waardoor de rotor meer of minder draagvermogen heeft. Dit bedien je met de gashendel op je joystick. Omdat het toestel zich wil afzetten tegen de draairichting van de rotor in, moet dit gecompenseerd worden. Dat gebeurt met de staartrotor. Die wordt bedient met pedalen of het verdraaien van je joystick. Daardoor verandert de hoek van de bladen op de staartrotor waardoor hij meer tegendruk kan geven. Ook zijwind compenseert de piloot met druk op de pedalen. Trap je op het rechterpedaal, dan (ver)draait het toestel om zijn verticale as naar rechts. De pedalen zijn dus niet het 'stuurwiel'. Het motorvermogen en het aantal omwentelingen wat de rotoren maken, worden (zo mogelijk) constant gehouden door de helicopter zelf.

Ec135 in the air.jpg

Starten en opstijgen

Eerst zet je de collective op minimaal. (Door de throttle omgekeerd te laten werken, simuleer je de werking van de Collective, van je af, minimale werking, naar je toe, maximaal.) Je start de motor met de "}". Na een paar seconden zal de rotor op gang komen en in snelheid toenemen. De joystick en de pedalen hou je in het midden. In de Bo105 zit linksboven het instrument voor de motor en de rotorsnelheid.

Als de motor eenmaal op toeren is, trek je de collective heel langzaam omhoog (naar je toe). Begint de helicopter te kantelen (naar voren, achteren, links of rechts), dan stop je de beweging van de collective en herstelt de kantelbeweging met de joystick en de pedalen. Daarna trek je de collective verder aan.

Zodra de helicopter van de grond komt, trek je de collective nog ietsje omhoog en probeer je de machine stil in de lucht te houden. De grootste uitdaging is om op elke beweging van de heli, te reageren met de juiste tegenbeweging. helicoptervliegen is oefenen, oefenen en nog eens oefenen. Het is vrij normaal om een paar uur bezig te zijn met het stil laten hangen van een helicopter en dan nog niet tevreden zijn. Opmerking: de joystick precies in het midden in niet de stand waarmee je een helicopter stil laat hangen!

In het kort:

  1. Druk op "}" om de motor te starten.
  2. Zet de parkeerrem of rotorrem op vrij.
  3. Wacht tot de motor op volle snelheid is.
  4. Denk om de omgekeerde werking van de gashendel.
  5. Wanneer je op hoogte bent, breng het gas (de collective) terug naar 60%.
  6. En geniet van het uitzicht.

In de lucht

Om frustraties te vermijden bij het stilhouden, het 'hoveren' van een helicopter, is het misschien goed een stukje te gaan vliegen. Nadat je het toestel met de collective ruim boven de grond hebt gekregen, duw je de joystick voorzichtig naar voren. Het hele toestel zal daardoor voorover gaan hangen en naar voren gaan vliegen. Je trekt dan de joystick weer een stukje terug, anders blijft het toestel verder voorover kantelen. Als het kan, vertrek je altijd tegen de wind op, zodat je die niet hoeft te compenseren met de pedalen. Vooruit vliegen met een helicopter lijkt op het vliegen met een slecht getrimd vliegtuig. De 'neutrale' positie van de joystick is telkens weer anders en hangt af van de snelheid door de lucht en de stand van de collective.

Van een voorwaardse vlucht terug naar stilhangen is het makkelijkste door de neus van de helicopter omhoog te brengen. En tegelijkertijd laat je de collective ietsje zakken, anders gaat het toestel weer klimmen. Maar doordat de snelheid uit het toestel gehaald wordt, gaat hij ook een deel van het draagvermogen missen die hij uit die snelheid haalde! Daarom moet je de collective weer iets aantrekken. Als de snelheid bijna nul is, laat je de neus weer zakken in de positie die je bij de stilhang oefeningen vond. Anders zal het toestel op een gegeven moment achteruit gaan vliegen!

Terug naar beneden I

Vanuit de situatie hierboven beschreven laat je het toestel zakken met de collective. Net voordat je de grond raakt, trek je de collective nog iets aan waardoor je het laatste stukje heel langzaam daalt. De perfecte landing is als je drie dingen op hetzelfde moment op 'nul' kunt krijgen, de snelheid over de grond, de snelheid naar de grond toe, en de hoogte ten opzichte van de grond. Zulke landingen zijn extreem moeilijk. De meeste piloten proberen in een 'hover' te komen, dichtbij de grond om daarna zachtjes te landen. Landen met geringe snelheid vooruit is wat makkelijker, alleen moet je dan oppassen geen zijdelingse beweging te maken, waardoor je zou kunnen omslaan!

In het kort:

  1. Zie bij het vliegveld te komen.
  2. Breng de collective in de buurt van 80%.
  3. Houd het toestel recht.
  4. Land zachtjes en zet de motor(en) uit. (Toets "{")
  5. Een prettige dag nog!

Bo105 landed.jpg

Terug naar beneden II

Toch even noemen, 'Autorotatie'. Dit is een situatie waarbij de motor uitstaat en de luchtstroom de rotor in beweging houdt. Om dit te oefenen zorg je in de buurt van een landingspunt te zijn. Een groter vliegveld is in het begin handig. Uiteraard heb je snelheid en hoogte. Je zet dan de motor uit met "{". De collective breng je helemaal terug naar het minimum en ook de bladen van de staartrotor moeten vlak staan. (Bij de Bo druk je het rechterpedaal half weg, bij Russische en Franse helicopters, (zoals de Alouette 2) het linker!) Je nadert met ongeveer 80Kts. De rotor mag niet harder gaan als 100%, ietsje meer mag, anders zou hij kunnen beschadigen. (Op dit moment nog niet in de simulatie.) Als je de grond nadert trek je de neus omhoog om de snelheid terug te brengen. De snelheid waarmee je de grond nadert zal ook teruglopen, dus de collective heb je niet nodig. Loopt de rotorsnelheid te ver op, dan kun je dat met de collective wat bijstellen. Vlakbij de grond haal je de verticale snelheid eruit door de collective op te trekken. Het doel is om de grond te raken met een zo laag mogelijke verticale snelheid en geen snelheid meer vooruit. Met wat voorwaardse snelheid is makkelijker, maar je loopt het risico dat het toestel over de kop slaat, vooral als het onderstel niet helemaal in de vliegrichting wijst. De staartrotor hoef je niet bij te stellen, zonder motorkracht hoef je niks te compenseren. Als je na wat oefenen vindt dat 'Autorotation' wat te makkelijk is, dan kun je via het beladings menu natuurlijk wat gewicht toevoegen aan het toestel.

Bo105 auto.jpg

Veel plezier bij het Helicoptervliegen!